wind

WINDTABEL

De wind is vanzelfsprekend een belangrijk element bij het kitesurfen. Maar wat is nu juist wind? Wind is gewoon bewegende lucht. De lucht wordt bewogen, omdat er verschillende soorten luchtdrukken op aarde zijn. De windrichting en de windkracht kunnen veranderen. Verder worden nog een aantal fenomenen besproken zoals de zeebries, het baai effect, het venturi-effect

De windrichting

De windrichting wordt vaak uitgedrukt in windstreken. De begrippen Noord, Zuid, Oost en West hangen samen met de draaiing van de aarde en de ligging van de noord- en de zuidpool. De belangrijkste toepassing van deze "windstreken" is vanouds om aan te duiden uit welke richting de wind waait. Daarom heet het onderdeel van het kompas waarop de richting wordt afgelezen een "windroos". Als de windrichting verandert noemen we dat ruimen (met de klok mee) of krimpen (tegen de klok in). 

De windrichting kan ook uitgedrukt worden ten opzichte van het strand of het land. We spreken hier over de begrippen onshore, sideshore en offshore.

Ø   Offshore: De wind komt van over land (aflandig). Kitesurfen bij offshore wind is af te raden. Je wordt steeds verder in zee getrokken. Enkel als er voldoende wind is en je behoorlijk kan kitesurfen is het mogelijk om bij deze wind terug op het strand te geraken. Ook licht aflandige wind is niet zo goed omdat deze wind aan de kust meestal van over de duinen komt en hierdoor vrij turbulent kan zijn. De vuistregel is dat de wind verstoord is over een lengte van 20 maal de hoogte van het obstakel. Bij duinen van 10 meter hoog moet u ongeveer 200 meter verder staan. Dit is aan onze kust enkel mogelijk bij laag water. Het oplaten en landen van de kite zal hier dus het grootste probleem vormen.

Ø      Onshore: De wind komt recht uit zee. Ook dit is niet ideaal voor beginners. Voor beginners is het heel moeilijk om al upwind te gaan. Doordat de wind recht op het strand komt, wordt je, mede door de golven, terug op het strand gespoeld. 

Ø     Sideshore: De wind waait evenwijdig met het strand of land. Dit is een goede richting.

Ø     Side-onshore: De wind waait schuin uit zee. Dit is ook een heel goede richting.

Sideshore

Offshore

Aan onze Belgische kust kan je surfen van een ZW-wind (sideshore) over NW (onshore) tot NO (sideshore). Enkel in Knokke komt een oostenwind net sideshore. Op binnenwater hoef je hier uiteraard weinig rekening mee te houden. Een meer dat niet omzoomd is met bomen, elektriciteitspalen en andere obstakels is ideaal.

Op mijn kitespot kan je veilig kitesurfen van WZW tot ONO. Dit omdat er vanaf Wenduine een knik in de kustlijn zit. Een zuivere ZW wind is hier net aflandig en dus wat turbulent. Daar tegenover kan je doorgaan tot ONO wind.

Windrichting in de praktijk:

Het eerste wat je doet als je op een kitespot aankomt is de windrichting  EN de spot controleren. Vaak komt het voor dat de effectieve windrichting niet 100% dezelfde is als de voorspelde windrichting. Dit heeft niet alleen te maken met “slechte” voorspellingen, maar kan ook te maken hebben met locale, plaatselijke fenomenen (zie verder). Verder wordt bij de voorspellingen vaak enkel gebruik gemaakt van de hoofd- en tussenrichtingen. (bvb ZW). Enkele graden meer uit het westen (WZW) of naar het zuiden (ZZW) kan het verschil maken tussen offshore en sideshore, of anders gezegd: tussen varen en niet varen….

ZORG DAT DE SPOT GROOT GENOEG IS: zorg voor voldoende ruimte DOWNWIND (let op obstakels: gebouwen, golfbrekers, pieren, maw alles waar je kan tegen knallen….

Observeren: Vlaggen - windvanen  - torenkranen - ….

Voelen : los zand uit je hand laten glijden. Bij harde wind (vanaf 5 Bft) zie je dit fijn zand vanzelf over het strand waaien.

Voelen: rug naar de wind. Draai nu je hoofd naar links. Je voelt wind op je linkeroor. Draai je je hoofd naar rechts dan voel je wind op je rechteroor. Zoek nu de positie waarbij je zowel links als rechts de wind gelijk voelt passeren.

De windkracht

Niet alleen de windrichting is van belang; ook de windkracht of windsterkte is uitermate belangrijk. De bekendste schaal om de windkracht weer te geven is deze van Beaufort (Bft). De Engelse Admiraal Sir Francis Beaufort (1774-1857) ontwierp deze windschaal in 1805 aan boord van de Woolwich om zodoende zeelui in staat te stellen d.m.v. visuele waarneming de kracht van de wind te kunnen laten schatten. De schaal beschrijft het gedrag van een zeilschip, zeilend aan de wind (zie verder). De waarden 0 t/m 4 vertellen iets over de vaart die het schip maakt door het water. Alle zeilen zijn dan bijgezet. Bij de waarden 5 t/m 9 wordt telkens weer zeil weggenomen en van 10 t/m 12 hebben we het over overleven.

Later toen de windmeter was bedacht, kon in principe de schaal zoals wij die nu kennen worden opgesteld. De windsnelheid kan uitgedrukt worden in knopen (zeemijl per uur), mph (mijl per uur), m/s (meter per seconde), km/u (kilometer per uur).

De gemiddelde windsnelheid gedurende 10 minuten wordt dan in de beaufortschaal uitgedrukt. Bij vlagerige wind spreekt men van windstoten. Van windstoten wordt gesproken als de wind in 3 seconden tijd anderhalve keer de gemiddelde windsnelheid overschrijdt. Men spreekt van windstoten bij snelheden van 14 tot 21 m/s, zware windstoten gaan van 21 tot en met 29 m/s, zeer zware windstoten zijn minstens 29 m/s.

De windsterkte heeft veel effect op de gevoelstemperatuur die iemand ervaart. Dit verschijnsel noemt men windchill. Een bepaalde temperatuur zal door toedoen van de wind veel kouder aanvoelen. Het gevaar voor onderkoeling en bevriezing is hier niet te onderschatten.

Op de website is een uitgebreide windtabel te vinden. Hier vind je ook visuele kenmerken, zowel over land als op zee, waaraan je de windsterkte kan herkennen.

De Zeebries

Guerilla 18 bij een zeebriesje

De zeebries is een fenomeen dat vooral tijdens de zomermaanden opduikt. ’s Ochtends is er geen wolkje aan de lucht, helaas is er ook geen wind. Tegen de middag kunnen wat goed weer cumuluswolken te zien zijn. Als het land warm genoeg is, stijgt deze lucht en wordt hij vervangen door koelere lucht van op zee: de zeebries. Dit verschijnsel is enkel aan de kustlijn te vinden. Verder op zee en landinwaarts is het meestal windstil. In de late namiddag kan de wind nog wat aanwakkeren alvorens terug af te nemen en helemaal weg te vallen. ’s Nachts is dan een omgekeerd scenario mogelijk.

Het baai effect

Als er grote objecten langs een baai zijn, zoals gebouwen, cliffen of bergen, dan kan de wind van richting veranderen. Vaak volgt de wind de richting van de baai. Verder kan deze wind toenemen omdat hij op die plaats door een trechter moet en dus sneller gaat. (zie Venturi effect)

 

Het Venturi effect

Het venturi effect is voelbaar aanwezig als er grote obstakels zijn zoals duinen, gebouwen,…. Je kent dit fenomeen vast en zeker: Als de wind van over zee komt en je komt van tussen 2 duinen, voel je vaak harde wind, terwijl op het strand er veel minder wind is. Doordat deze wind plots door een vernauwing moet, gaat deze sneller tot hij er voorbij is.