Hieronder
krijg je mijn visie over het aanleren
van het kitesurfen. Ik werk anders dan de meeste kitesurfscholen.
Daar kan je al
na enkele uren met een kite en een board het water in en kan je meestal een
totaalpakket volgen.
Ik ben echter een andere mening toegedaan die vanuit
commercieel oogpunt minder aantrekkelijk is en daarom minder geschikt voor de kitesurfscholen. Ik werk liever met een geleidelijke aanpak. Onderaan de pagina krijg je een overzichtje van
de voor- en nadelen van mijn initiaties.
Kitesurfen
is een combinatie van surfen en kiten. Het belangrijkste en meest onderschatte
onderdeel is het kiten. Hoe beter je het vliegeren beheerst, hoe makkelijker je
de overstap op het kitesurfen kan zetten. Hoe snel dit is hangt af van
persoonlijke aanleg, je talent.
Toch
is er ook nog veel verschil in het kiten. Het kitesurfen gebeurt met
“depowerbare” kites met bar (zie ook thema “dummies”). Deze kites werken
net iets anders dat de gewone 4-lijns strandkites die meestal op handles
(handgrepen) gevlogen worden. Zelfs heel ervaren “vliegeraars” hebben toch wat aanpassing
nodig om het vliegeren met depowerbare kites onder de knie te krijgen. Daarom
werk ik, in tegenstelling tot de kitesurfscholen waar je meestal eerst een
2-lijns matrasje in je handen krijgt, onmiddellijk met deze depowerbare kites.
Ik gebruik onmiddellijk dezelfde kites waar we later ook in het water
zullen werken. Uiteraard worden op het strand kleinere maten gebruikt omdat je op
het water nu eenmaal tot 30% meer “tractie” nodig hebt dan op het strand.
Zoals
je kunt lezen bij het thema “dummies” zijn er verschillende soorten kites,
verdeeld in 2 groepen, de tube kites (C, BOW/SLE, Delta C) en foil kites (Peter Lynn,
Flysurfer). De kitesurfscholen gebruiken enkel deze tube kites. In 2009-2010 werk ik
met beide groepen. Voor de tube kites zijn dit Best kites (SLE) en Loose kites
(Delta C) . Voor de foilkites Flysurfer. Je kunt dus zelf al eens de verschillen voelen en de voor-
en nadelen van beide types afwegen.
Concept van de
initiatie
Het
zelf oefenen kan ook door gebruik te maken van een
“mountainboard”; een soort skateboard met grote wielen, dat qua gevoel het
kitesurfen goed benaderd. Als je bvb. een hele winter kan “(fly)boarden”,
zal de overstap op het water ook veel kleiner zijn.
Ik
ben dus geen voorstander van het
onmiddellijk na elkaar volgen van module 1 (en/of 2) en module 3. Als je veel
talent hebt of al ervaring met powerkites kan het uiteraard wel. Na het volgen
van module 1 (of 2) voel je meestal zelf wel hoever je staat. Hou er rekening
mee dat je voor module 2/3/4 zelf een neopreen pak moet voorzien. Bij de surfscholen
kan je dit meestal huren of is het inbegrepen in het pakket. Als je echt met de
sport wil doorgaan, moet je toch je eigen pak aanschaffen.
Het
huren van materiaal (o.a. kites &
boards) is niet mogelijk. In erkende
IKO (International Kiteboard Organisation) kitesurfscholen krijg je een
IKO-Brevet. Vanaf een bepaald niveau kan je dan overal ter wereld bij andere IKO
scholen en clubs materiaal huren. Dit is uiteraard fantastisch, maar hou er
rekening mee dat het huren van materiaal erg duur is (50 à 100 euro/dag voor
een kite, 20 euro per dag voor een board). Buiten het seizoen en in de week zijn
ook vele clubs gesloten.
Hieronder
krijg je een overzicht met de voor- en nadelen van mijn aanpak. Voordelen
Nadelen
|